Liturgie

Liturgie  11 maart 2026 - biddag voor gewas en arbeid


Liturgie 11 maart 2026 - biddag voor gewas en arbeid,

Aanvangstijd: 19:30 uur 
Voorganger: dhr. J. van der Wal
Organist: Piet van Zuiden

Welkom ouderling van dienst

 

Uitleg van het liturgisch bloemschikken

Mattheus 6: 19-23 Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.

Biddag voor gewas en arbeid is een dag om stil te staan bij alles wat de aarde ons geeft, een dag om te bidden voor het nieuwe landbouwseizoen. Biddag is een dag om stil te staan bij de arbeid van mensen, dat we de aarde mogen bewerken en in goede orde met elkaar mogen samenwerken. In deze moderne wereld is het zicht op gewas en arbeid deels verdwenen. Juist daarom is oog hebben voor de aarde en de arbeidende medemens belangrijk.

Mattheus 6 is een onderdeel van de Bergrede. Jezus geeft aan hoe we moeten leven: Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde is een waarschuwing om geen rijkdom die vergaat na te jagen. Jouw relatie met God, de mensen die je dierbaar zijn en de dingen die ertoe doen bewaar je in je hart. Dat zijn waardevolle schatten.

Intochtslied we zingen Psalm 121 verzen 1en 2

1       Ik sla mijn ogen op en zie

de hoge bergen aan,

waar komt mijn hulp vandaan ?

Mijn hulp is van mijn Heere, die

dit alles heeft geschapen.

Mijn herder zal niet slapen.

 

2       Uw wankle voeten zet Hij vast,

als gij geen uitkomst ziet:

uw wachter sluimert niet !

Zijn oog wordt door geen slaap verrast,

Hij wil, als steeds voor dezen,

Israëls wachter wezen.

.

Bemoediging en groet, voorganger en gemeente

 

Zingen Psalm 121 de verzen 3 en 4

3       De Heer brengt al uw heil tot stand,

des daags en in de nacht

houdt Hij voor u de wacht.

Uw schaduw aan uw rechterhand:

de zon zal u niet schaden,

de maan doet niets ten kwade.

 

4       De Heer zal u steeds gadeslaan,

Hij maakt het kwade goed,

Hij is het die u hoedt.

Hij zal uw komen en uw gaan,

wat u mag wedervaren,

in eeuwigheid bewaren

 

Gebed voor de dienst en opening van de schrift

 

Schiftlezing: Genesis 1 verzen 11 t/m 13

11 God zei: ‘Laat overal op aarde jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en alle soorten bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. 12 De aarde bracht jong groen voort: alle soorten zaadvormende planten en alle soorten bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. 13 Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.

 

en 26 t/m 31.

26  God zei: ‘Laten Wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken; zij moeten heersen over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ 27 God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen. 28 Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ 29 Ook zei God: ‘Hierbij geef Ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. 30 Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef Ik alle groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. 31 God zag alles wat Hij had gemaakt: het was zeer goed. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.

 

Genesis 2 verzen 4 t/m 7.

De tuin van Eden

4 Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde, zo werden ze geschapen.

In de tijd dat de HEER God aarde en hemel maakte, 5 groeide er op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkel gewas opgeschoten, want de HEER God had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken; 6 wel was er water dat uit de aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide. 7 Toen maakte de HEER God de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.

 

Habakuk 3 verzen 15 t/m 19

15 U rijdt over de zee met uw paarden, door het schuim van grote wateren.

16 Ik hoorde dit alles en ik beefde vanbinnen, ik vernam het en mijn lippen trilden. Mijn botten werden aangevreten, ik stond te trillen op mijn benen, wachtend op de dag van onheil, die komt voor het volk dat ons aanviel.

17 Al zal de vijgenboom niet bloeien, al zal de wijnstok niets voortbrengen, al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen, al zal er geen koren op de akkers staan, al zal er geen schaap meer in de kooien zijn en geen rund meer binnen de omheining –

18 toch zal ik juichen voor de HEER, jubelen voor de God die mij redt.

19 God, de HEER, is mijn kracht, Hij maakt mijn voeten snel als hinden, Hij laat mij over toppen van bergen gaan.

 

Zingen lied 910 de verzen 1 en 4

1       Soms groet een licht van vreugde

de christen als hij zingt:

de Heer is ‘t die met vleugels

van liefde hem omringt.

Loopt alles ons ook tegen,

Hij zal ons ‘t goede doen,

Hij geeft na donk're regen

een mild en klaar seizoen.

 

4       Al zal geen wijnstok dragen,

geen vijgenboom zijn vrucht,

al ligt het veld te klagen

onder een lege lucht,

God doet zijn hand toch open,

zijn lof krijgt stem in mij.

Daar ik op Hem mag hopen,

ben ik alleen maar blij.

 

Overdenking

 

Orgelspel uitmondend in psalm 145 verzen 1 en 2

1       O Heer, mijn God, Gij koning van 't heelal,

ik wil uw naam verheffen boven al.

Van dag tot dag roem ik uw majesteit,

ik zegen U voor eeuwig en altijd.

Groot is de Heer, zijn grootheid zij geprezen,

groot is zijn naam, zijn ondoorgrondlijk wezen.

Van mond tot mond gaan uw geduchte daden,

van eeuw tot eeuw slaat men uw werken gade.

 

2       Ik zal getuigen van uw heerlijk licht,

van al de wondren die Gij hebt verricht,

opdat men alom spreke van uw kracht,

en roeme in uw overwinningsmacht.

Uw grootheid, Heer, gaat boven mijn begrippen,

uw goedheid, Heer, is altijd op mijn lippen

en juichend zal men overal bezingen

uw recht, o Heer, uw trouw aan stervelingen.

 

lied 981, ‘zolang er mensen zijn op aarde’ gezongen door  Eline Segers 

Biddag gebed, afgesloten met het ‘Onze Vader’

 

Inzameling van de gaven

 

Slotlied lied 415 alle verzen

1       Zegen ons Algoede,

neem ons in uw hoede

en verhef uw aangezicht

over ons en geef ons licht.

 

2 Stort, op onze bede,

in ons hart Uw vrede,

en vervul ons met de kracht,

van Uw Geest bij dag en nacht. 

 

3       Amen, amen, amen!

Dat wij niet beschamen

Jezus Christus onze Heer,

amen, God, uw naam ter eer!

 

We bidden om de zegen voor bij het heengaan.

Terug