Liturgie

Liturgie 11 januari 2026


Orde voor zondag 18 januari 2026

 

Inloop vanaf 10:30 uur 
Aanvangstijd: 11:00 uur 
Voorganger: Dhr. J. van der Meer uit Drachten
Oppas (Greetje)
Koffie verzorgd door: familie Kramer
Organist: Piet van Zuiden


Orgelspel voor de dienst

 

Mededelingen kerkenraad

 

NLB Lied 23: 1, 2 en 5 (De Heer is mijn Herder)

1       De Heer' is mijn herder!

'k Heb al wat mij lust;

Hij zal mij geleiden

naar grazige weiden.

Hij voert mij al zachtkens

aan waat'ren der rust.

 

2       De Heer' is mijn Herder!

Hij waakt voor mijn ziel,

Hij brengt mij op wegen

van goedheid en zegen,

Hij schraagt m', als ik wankel,

Hij draagt m', als ik viel.

 

5       De Heer' is mijn Herder!

Hem blijf ik gewijd!

'k Zal immer verkeren

in 't huis mijnes Heeren:

zo kroont met haar zegen

Zijn liefde m' altijd.

 

Stil gebed, Votum en Groet

 

Klein Gloria

 

Inleiding op de dienst

 

LvdK Gezang 170: 1, 3 en 6 (Meester men zoekt U wijd en zijd)

1       Meester, men zoekt U wijd en zijd,

komend langs velerlei wegen.

Oud'ren gaan rustig welbereid

jongeren aarz'lend U tegen.

Maar vroeg of laat, 't zij dag of nacht,

eens vindt Ge ons moe en zonder kracht,

hunkerend naar uwe zegen.

 

3       Heiland, Gij weet, hoe dikwijls zorg,

twijfel en angst ons benauwen.

Van uw belofte zelf de borg,

schraagt Gij ons wank'lend vertrouwen.

Licht wordt ons levens doel en grond,

als Ge ons vergunt de zaal'ge stond,

dat wij uw aanschijn aanschouwen.

 

6       Koning, verheugd geloven wij

wat uw getuigen verkonden:

slechts onder uwe heerschappij

heeft ons hart vrede gevonden.

Daarom zoekt U elk mensenkind;

zoek, Herder, mij, opdat ik vind;

anders zo ga ik te gronde.

 

Gebed

 

Lezing van de Wet en bemoediging

 

Lied “Op die dag”

Gebed om de Heilige Geest

 

Lezing OT Psalm 96

1  Zing voor de HEER een nieuw lied, zing voor de HEER, heel de aarde.

2 Zing voor de HEER, prijs zijn naam, verkondig van dag tot dag dat Hij ons redt.

3 Maak aan alle volken zijn majesteit bekend, aan alle naties zijn wonderdaden.

4 Groot is de HEER, Hem komt alle lof toe, geducht is Hij, meer dan alle goden.

5 De goden van de volken zijn minder dan niets, maar de HEER: Hij heeft de hemel gemaakt!

6 Glans en glorie gaan voor Hem uit, macht en luister vullen zijn heiligdom.

7 Erken de HEER, stammen en volken, erken de HEER, zijn majesteit en macht,

8 erken de HEER, de majesteit van zijn naam, draag geschenken zijn voorhoven binnen.

9 Buig u voor de HEER in zijn heilige glorie, huiver, heel de aarde, wanneer Hij verschijnt.

10 Zeg aan de volken: ‘De HEER is koning. Vast staat de wereld, zij wankelt niet.

Hij oordeelt de volken naar recht en wet.’

11 Laat de hemel verheugd zijn, de aarde juichen, de zee bruisen, met alles wat daar leeft.

12 Laat het veld verblijd zijn en alles wat daar groeit, laten alle bomen jubelen

13 voor de HEER, want Hij is in aantocht, in aantocht is Hij als rechter van de aarde.

Rechtvaardig zal Hij de wereld berechten, eerlijk oordelen over de volken.

 

NLB Lied 903: 1 en 3 (Zou ik niet van harte zingen)

1       Zou ik niet van harte zingen

Hem die zozeer mij verblijdt?

Want ik zie in alle dingen

niets dan zijn genegenheid.

Is de hartslag van het leven

niet de liefde van de Heer?

Liefde draagt hen meer en meer,

die in dienst van Hem zich geven.

Alle dingen hebben tijd,

maar Gods liefde eeuwigheid.

 

3       In het duister van de tijden

ben ik nooit alleen geweest,

want God gaf mij ten geleide

op mijn wegen woord en Geest.

Ja, de Heer doet mij geloven,

Hij ontstak in mij het licht

van het innerlijk gezicht,

dat zal dood noch duivel doven.

Alle dingen hebben tijd,

maar Gods liefde eeuwigheid.

 

Lezing NT Romeinen 4:1-12

Abraham

1 Wat moeten wij nu zeggen over Abraham, de stamvader van ons volk? Wat heeft hij ondervonden? 2 Indien hij rechtvaardig verklaard zou zijn op grond van zijn daden, dan had hij zich daarop kunnen laten voorstaan. Maar niet tegenover God, 3 want wat zegt de Schrift? ‘Abraham vertrouwde op God, en dat werd hem als rechtvaardigheid toegerekend.’ 4 Iemand die werkt, krijgt zijn loon niet als een gunst maar als een recht. 5 Maar als iemand zelf niets inbrengt, maar wel zijn vertrouwen stelt in Hem die de schuldige vrijspreekt, dan wordt zijn vertrouwen hem als rechtvaardigheid toegerekend. 6 Zo prijst ook David de mens gelukkig die, zonder eigen inbreng, door God rechtvaardig wordt verklaard: 7 ‘Gelukkig de mens wiens onrecht is vergeven, wiens zonden zijn bedekt; 8 gelukkig de mens wiens zonde de Heer niet telt.’ 9 Prijzen deze woorden alleen besneden mensen gelukkig of ook onbesnedenen? We zagen al dat Abrahams vertrouwen hem als rechtvaardigheid werd toegerekend. 10 Maar in welke omstandigheden gebeurde dat? Was hij toen besneden of onbesneden? Dat laatste: het gebeurde toen hij nog niet besneden was. 11 Het teken van de besnijdenis ontving hij later, om te bezegelen dat hij, als onbesnedene, rechtvaardig was door zijn geloof. Zo werd hij de vader van alle onbesnedenen die geloven, opdat ook zij als rechtvaardigen aangenomen zouden worden. 12 En hij werd eveneens de vader van hen die besneden zijn, althans van hen die zich niet alleen hebben laten besnijden maar ook onze vader Abraham volgen in het geloof dat hij als onbesnedene bezat.

 

Lied “Wees mijn verlangen”

https://youtu.be/1OGH2rrn_mI?si=kLFgwc4SzqKMlRoZ

Verkondiging

 

ELB 203: 1, 2 en 3 (Genade zo oneindig groot)

Genade, zo oneindig groot

 dat ik, die ’t niet verdien

 het leven vond, want ik was dood

 en blind, maar nu kan ‘k zien

 

 Want Jezus droeg mijn zondelast

 en tranen aan het kruis.

 Hij houdt mij door genade vast

 en brengt mij veilig thuis.

 

 Als ik daar in zijn heerlijkheid

 mag stralen als de zon

 dan prijs ik Hem in eeuwigheid

 dat ik genade vond 

 

Inleiding op de geloofsbelijdenis

 

Geloofsbelijdenis (Gezongen)

 

Dankgebed en Voorbeden

 

Collecte

 

Slotlied ELB Lied 346: 1, 2 en 3 (Ik wil zingen van mijn Heiland)

1       Ik wil zingen van mijn Heiland,

van zijn liefde, wondergroot,

die Zichzelve gaf aan ‘t kruishout

en mij redde van de dood.

Refrein: Zing, o zing van mijn Verlosser,

met zijn bloed kocht Hij ook mij.

Aan het kruis schonk Hij genade,

droeg mijn schuld en ik was vrij.

 

2       ‘k Wil het wonder gaan verhalen,

hoe Hij op Zich nam mijn straf.

Hoe in liefde en genade,

Hij ‘t rantsoen gewillig gaf.

Refrein: Zing, o zing van mijn Verlosser,

met zijn bloed kocht Hij ook mij.

Aan het kruis schonk Hij genade,

droeg mijn schuld en ik was vrij.

 

3       'k Wil mijn dierb'ren Heiland prijzen,

Spreken van Zijn groote kracht.

Hij kan overwinning geven

Over zond' en Satans macht.

Refrein: Zing, o zing van mijn Verlosser,

met zijn bloed kocht Hij ook mij.

Aan het kruis schonk Hij genade,

droeg mijn schuld en ik was vrij.

 

Wegzending en Zegen 


Terug