Liturgie
Liturgie 29 maart 2026 - Lijdenstijd
Orde van dienst zondag 29 maart 2026
Thema: Wie is Jezus?
Inloop vanaf 10:30 uur
Aanvangstijd: 11:00 uur
Voorganger: Dhr. A.W. Hoekstra uit Surhuisterveen
Oppas (Martine)
Koffie verzorgd door: familie Bakker
Organist: Piet van Zuiden
Voor de dienst: NLB 885 Groot is Uw trouw
Groot is uw trouw, o Heer mijn God en Vader
Er is geen schaduw van omkeer bij U
Ben ik ontrouw, Gij blijft immer Dezelfde
die Gij steeds waart, dat bewijst Gij ook nu
Groot is uw trouw, o Heer, groot is uw trouw, o Heer
iedere morgen aan mij weer betoond.
Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven
Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond
Gij geeft ons vrede, vergeving van zonden
en uw nabijheid, die sterkt en die leidt
Kracht voor vandaag, blijde hoop voor de toekomst
Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.
Groot is uw trouw, o Heer, groot is uw trouw, o Heer
iedere morgen aan mij weer betoond.
Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven
Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond
Mededelingen
Intochtslied NLB 25: 1,2,6 Heer ik hef mijn hart en handen
1 Heer, ik hef mijn hart en handen
op tot U, beslecht mijn zaak.
Weer van mij de smaad en schande
van mijns vijands leedvermaak.
Ja, zij worden zeer beschaamd
die de goede trouw verachten,
maar wie Uw gebod beaamt,
mag gelovig U verwachten.
2 Here, maak mij Uwe wegen
door Uw Woord en Geest bekend;
leer mij, hoe die zijn gelegen
en waarheen G' Uw treden wendt;
leid mij in Uw rechte leer,
laat mij trouw Uw wet betrachten,
want Gij zijt mijn heil o Heer,
'k blijf U al den dag verwachten.
6 Wie heeft lust de Heer te vrezen,
’t allerhoogst en eeuwig goed?
God zal zelf zijn leidsman wezen,
leren hoe hij wandelen moet.
Wie het heil van Hem verwacht,
zal het ongestoord verwerven,
en zijn zalig nageslacht,
zal ’t gezegend aardrijk erven.
Stil gebed, Votum en Groet
Introductie op het thema van de dienst
ELB 242 Zo vriendelijk en veilig als het licht
Zo vriendelijk en veilig als het licht,
zo als een mantel om mij heen geslagen,
zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht,
ik roep zijn naam, bestorm Hem met mijn vragen,
dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.
Wil mij behoeden en op handen dragen.
Want waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd
waakt over mij en over al mijn gangen.
Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid
om, als ik val, mij telkens op te vangen.
Ik leef niet echt, als Gij niet met mij zijt.
Ik moet in lief en leed naar U verlangen.
Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,
dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.
Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,
wil alle liefde aan uw mens besteden.
Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft –
Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.
Kindermoment
Gebed om verlichting met de Heilige Geest
1e Schriftlezing: Gen. 37: 1-11 (uit de NBV)
Jozef verkocht en naar Egypte gebracht
1 Jakob vestigde zich in Kanaän, het land waar ook zijn vader als vreemdeling gewoond had. 2 Dit is de geschiedenis van Jakob en zijn nakomelingen.
Jozef, die inmiddels zeventien jaar was, weidde gewoonlijk samen met zijn broers de schapen en geiten; hij hielp de zonen van zijn vaders vrouwen Bilha en Zilpa, en de kwade geruchten die over zijn broers de ronde deden vertelde hij aan hun vader door. 3 Omdat Israël al oud was toen Jozef werd geboren, hield hij meer van Jozef dan van zijn andere zonen, en hij had een prachtig bovenkleed voor hem laten maken in allerlei kleuren. 4 De broers zagen wel dat hun vader het meest van Jozef hield. Daarom konden ze Jozef niet uitstaan en hadden geen goed woord meer voor hem over.
5 Op een keer had Jozef een droom. Toen hij die aan zijn broers vertelde, kregen ze een nog grotere hekel aan hem. 6 ‘Moeten jullie nu eens horen wat ik heb gedroomd,’ zei hij. 7 ‘We waren op het land schoven aan het binden, en toen kwam mijn schoof overeind en bleef rechtop staan. En jullie schoven gingen om die van mij heen staan en bogen daarvoor.’ 8 Zijn broers zeiden: ‘Dacht je soms koning over ons te worden? Wil je over ons heersen?’ Vanwege dat gepraat over zijn dromen gingen ze hem hoe langer hoe meer haten. 9 Opnieuw kreeg hij een droom die hij aan zijn broers vertelde. ‘Ik heb alweer een droom gehad,’ zei hij. ‘Nu bogen de zon, de maan en elf sterren zich voor mij neer.’ 10 Toen hij dit aan zijn vader en zijn broers vertelde, wees zijn vader hem terecht: ‘Zeg, wat is dat voor een droom! Moeten ik, je moeder en je broers ons soms voor jou komen neerbuigen?’ 11 Jozefs broers werden verteerd door jaloezie, maar zijn vader bleef nadenken over wat er gebeurd was.
Zingen: ELB 118: 1,4 Hij kwam bij ons heel gewoon
1 Hij kwam bij ons, heel gewoon
de Zoon van God als mensenzoon.
Hij diende ons als een knecht
en heeft zijn leven afgelegd.
4 Zie onze God, de Koningsknecht
Hij heeft zijn leven afgelegd.
Zijn voorbeeld roept
om te dienen iedere dag,
gedragen door zijn liefd' en kracht.
2e Schriftlezing: Mar.11: 1-11 (uit de NBV)
Intocht in Jeruzalem
1 Toen ze Jeruzalem naderden en in de buurt waren van Betfage en Betanië bij de Olijfberg, stuurde Hij twee van zijn leerlingen vooruit. 2 Hij zei tegen hen: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Zodra jullie er binnenkomen, zul je daar een ezelsveulen vastgebonden zien staan, dat nog nooit door iemand bereden is; maak het los en breng het hier. 3 En als iemand jullie vraagt waarom jullie dat doen, zeg dan: “De Heer heeft het nodig, Hij zal het meteen weer terugsturen.”’ 4 Ze gingen op weg en vonden een veulen dat buiten op straat bij een deur was vastgebonden en ze maakten het los. 5 Er stonden een paar mensen die vroegen: ‘Waarom maken jullie dat veulen los?’ 6 Ze zeiden wat Jezus hun had opgedragen te zeggen en de mensen lieten hen begaan. 7 Ze brachten het veulen naar Jezus en legden hun mantels over het dier en Hij ging erop zitten. 8 Velen spreidden hun mantels uit op de weg, anderen spreidden takken met bladeren uit, die ze in het veld afhakten. 9 Allen die voor Hem uit liepen of achter Hem aan kwamen, riepen luidkeels:
‘Hosanna!
Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer.
10 Gezegend het komende koninkrijk van onze vader David.
Hosanna in de hoogste hemel!’
11 Hij trok Jeruzalem in en ging naar de tempel. Nadat Hij daar alles gezien had, ging Hij – want het was al laat geworden – met de twaalf terug naar Betanië.
Zingen: NLB 550 Verheug u, gij dochter van Sion
1 Verheug u, gij dochter van Sion,
en jonkvrouw Jeruzalem, juich!
Uw koning rijdt binnen,
het rijk gaat beginnen,
de zalige tijden,
Hij komt ons bevrijden
rechtvaardig, zachtmoedig,
de aarde zal spoedig
een bloeiende tuin zijn van vrede en recht,
de Heer heeft het heden gezegd.
2 Verheug u, gij dochter van Sion,
en jonkvrouw Jeruzalem, juich!
Hij zal u regeren
met God en met ere.
De wagens, de paarden,
de wapens, de zwaarden,
krijgszuchtige plannen,
Hij zal ze verbannen,
Hij zal ze verdoen in zijn toorn en zijn recht,
het is van te voren voorzegd.
3 Verheug u, gij dochter van Sion,
en jonkvrouw Jeruzalem, juich!
Zijn daden, zij zullen
de aarde vervullen,
voor jood en voor heiden
door dood en door lijden
draagt Hij met zich mede
de blijdschap, de vrede,
Hij rijdt op een ezel. Hij lijdt als een knecht,
zo brengt Hij het leven terecht.
Verkondiging
ELB 245 Glorie aan God
Glorie aan God
Lof zij de Heer,
Hem komt toe alle eer.
Hij’s het Lam dat regeert
tot in eeuwigheid.
Zijn woord is macht,
heeft ons vrijheid gebracht.
Wij aanbidden,
wij knielen voor Jezus.
Groot is zijn troon,
eeuwig zijn kroon.
Overwinnaar zal Hij zijn,
over zonde, dood en pijn.
Heel het rijk der duisternis,
weet wie Jezus Christus is:
Hij is de hoogste Heer!
Glorie aan God
Heersen met Hem
op de troon en zijn stem,
spreekt van liefde,
vervult ons met glorie.
Heilig en vrij alle tranen voorbij.
Eeuwig vreugde voor God,
lof, aanbidding:
waardig het Lam, waardig het Lam!
Overwinnaar zal Hij zijn,
over zonde, dood en pijn.
Heel het rijk der duisternis,
weet wie Jezus Christus is:
Hij is de hoogste Heer!
Glorie aan God
Voor- en dankgebeden
Inzameling van de gaven
Slotlied: ELB 186a Leid mij Heer o machtig Heiland
Leid mij, Heer, o machtig Heiland
door dit leven aan uw hand.
Ik ben zwak, maar Gij zijt machtig,
wees mijn Gids in 't barre land.
Gij mijn Sterkte, Gij mijn Leider,
vul mij met uw Geest steeds meer,
vul mij met uw Geest steeds meer.
Laat mij zijn een Godsgetuige,
sprekend van U meer en meer.
leid mij steeds door uwe liefde,
groeiend naar uw beeld, o Heer.
Brood des levens, Brood des hemels,
voed mij dat ik groei naar U,
voed mij dat ik groei naar U.
Laat door mij uw levend water
vloeien als een klare stroom.
O, Heer Jezus, 't wordt steeds later
dat uw Geest over allen koom’.
Machtig Heiland, mijn Verlosser,
kom, Heer Jezus, in uw kracht,
kom, Heer Jezus, in uw kracht.
Zegen
