Liturgie
Liturgie 2 april 2026 - Witte Donderdag
Liturgie Witte donderdag 2026,
Thema van de dienst: Anders dan anders
Aanvangstijd: 19:30 uur
Voorganger: Da. G. Rol uit Zuidhorn
Organist: Bert Bolhuis
Welkom en mededelingen
We zingen staande psalm 111: 1 en 2
1 Van ganser harte loof ik Hem
in 't midden van Jeruzalem,
den Heer in 't midden der getrouwen.
Groot zijn de daden van den Heer,
Hij doet wie lust heeft aan zijn leer
de schoonheid van zijn heil aanschouwen.
2 Zijn doen is louter majesteit,
zijn luister, zijn gerechtigheid
houdt eeuwig stand, blijft eeuwig gelden.
Genadig en barmhartig is
de Heer, en zijn gedachtenis
eeuwig waar Hij zijn daden stelde.
Bemoediging en groet
We bidden ons gebed om Gods Geest
We lezen: Johannes 13: 1-17
Jezus wast de voeten van de leerlingen
1 Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat Hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die Hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. 2 Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet om Jezus uit te leveren. 3 Jezus, die wist dat de Vader Hem alle macht had gegeven en dat Hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, 4 stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om 5 en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen, en droogde ze af met de doek die Hij omgeslagen had. 6 Toen Hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’ 7 Jezus antwoordde: ‘Wat Ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’ 8 ‘O nee,’ zei Petrus, ‘míjn voeten zult U niet wassen, nooit!’ Jezus zei: ‘Als Ik ze niet mag wassen, kun je niet bij Mij horen.’ 9 ‘Dan niet alleen mijn voeten, Heer,’ antwoordde Simon Petrus, ‘maar ook mijn handen en mijn hoofd!’ 10 Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein – maar niet allemaal.’ 11 Hij wist namelijk wie Hem zou uitleveren, daarom zei Hij dat ze niet allemaal rein waren.
12 Toen Hij hun voeten gewassen had, deed Hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. ‘Begrijpen jullie wat Ik gedaan heb?’ vroeg Hij. 13 ‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen Mij, en terecht, want dat ben Ik ook. 14 Als Ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. 15 Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. 16 Werkelijk, Ik verzeker jullie, een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. 17 Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt.
We zingen: lied 569; 1,2,3 en 4
1 Toen Jezus wist: nu is gekomen
het uur om door de nacht te gaan,
heeft Hij een linnen doek genomen
en water in een schaal gedaan.
2 Hij gaf ons zwijgende een teken
en kwam ons voet voor voet nabij.
Hij deed het water van zich spreken,
het stort zich uit en reinigt mij.
3 Zo is de Heer een knecht geworden
en tot de bodem toe gegaan
om ons met ootmoed te omgorden,
Hij doet ons zijn geringheid aan.
4 Heer van mijn hart, U bent gekomen
de nacht door naar uw grote dag,
ik heb in eenvoud aangenomen
dat ik U daarin volgen mag.
Overdenking
Luisteren naar: Toon mij uw liefde - opwekking 705, Danny Willinks,
Gebeden
Collecte
Als overgang naar het Avondmaal zingen we : Gedenken wij dankbaar de daden des Heren, op de melodie van Wilt heden nu treden
1 Gedenken wij dankbaar de daden des heren,
zijn leven, zijn dood en verrijzenis.
En dat wij oprecht tot Jezus ons bekeren,
die onze God en leidsman ten leven is.
2 Hoe hadden wij onze bestemming vernomen,
was Jezus de weg niet ten einde gegaan.
Wie zouden wij zijn, als Hij niet was gekomen
om in zijn lichaam onze dood te doorstaan.
3 Hoe zouden wij ooit voor elkaar kunnen leven,
had Hij ons de liefde niet voorgeleefd,
die tot de dood zich prijs heeft willen geven,
die, Zoon van God, ons aller slaaf is geweest.
4 Gij eerste der mensen, die weerloos en eenzaam
als graan in de aarde gestorven zijt,
Gij wordt ons tot brood, maak ons met U gemeenzaam,
van harte maakt tot wederdienst ons bereid.
Viering Heilig Avondmaal
Tijdens het tafelgebed zingen wij na de woorden: “Daarom zingen wij voor U een lied van geloof en vertrouwen”,
lied 413:1 en 2
1 Grote God, wij loven U,
Heer, o sterkste aller sterken!
Heel de wereld buigt voor U
en bewondert Uwe werken.
Die Gij waart te allen tijd,
blijft Gij ook in eeuwigheid.
2 Alles wat U prijzen kan,
U, de Eeuw'ge, Ongeziene,
looft uw liefd' en zingt ervan.
Alle eng'len, die U dienen,
roepen U nooit lovensmoe:
Heilig, heilig, heilig toe!
Na de woorden: “Daarom bidden wij zingend”,
zingen wij:
Heer, ontferm U over ons,
open uwe vaderarmen,
stort uw zegen over ons,
neem ons op in uw erbarmen
Eeuwig blijft uw trouw bestaan,
Gij laat niet verloren gaan!
We sluiten het Tafelgebed af met het
gezamenlijk bidden van het Onze Vader
We gaan met elkaar in een kring rondom de viertafel staan
Na de instellingswoorden gaan brood en wijn rond
We bidden ons dankgebed
We gaan terug naar onze plaats
We zingen zittend: Die alle eer heeft afgelegd (melodie lied 512)
Die alle eer heeft afgelegd,
ontkleed van waardigheid,
ons metterdaad hebt toegezegd
de weg der dienstbaarheid.
Die zich voor mensen heeft omgord,
aan ons zich heeft gehecht.
De herder die zelf lam ook wordt.
De heer bukt als een knecht.
Die alle eer hebt afgelegd,
ontkleed in kwetsbaarheid,
ons door uw dood hebt toegezegd
de weg der heerlijkheid.
Gebroken brood van deze dag,
zo rood als bloed de wijn,
gedenken wij hoe Hij ons gaf
In Gods Naam vrij te zijn.
We bidden als afsluiting samen het avondgebed:
Heer, blijf bij ons,
want het is avond en de nacht zal komen.
Blijf bij ons en bij uw ganse Kerk
aan de avond van de dag,
aan de avond van het leven,
aan de avond van de wereld.
Blijf bij ons met uw genade en goedheid,
met uw troost en zegen,
met uw woord en sacrament.
Blijf bij ons wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en van angst,
de nacht van twijfel en aanvechting,
de nacht van de strenge, bittere dood.
Blijf bij ons in leven en in sterven,
in tijd en eeuwigheid.
Amen.
(Maarten Luther)
Liturgie Goede Vrijdag op 03-04-2026
Aanvangstijd: 19:30 uur
Voorganger: dienst geleid door de kerkenraadsleden
Organist: Johan Kramer
Zacht, ingetogen orgelspel
Gemeente gaat staan bij binnenkomst kerkenraad/commissie
Welkom en gebed
Zingen: Lied 575 vers 1 en 6
1 Jezus, leven van mijn leven,
Jezus, dood van mijne dood,
die voor mij U hebt gegeven,
in de bangste zielennood,
opdat ik niet hoop'loos sterven,
maar Uw heerlijkheid zou erven,
duizend, duizend maal, o Heer',
zij U daarvoor dank en eer!
6 Dank zij U, o Heer des levens,
die de dood zijt doorgegaan,
die Uzelf ons hebt gegeven,
ons in alles bijgestaan,
dank voor wat Gij hebt geleden,
in Uw kruis is onze vrede.
Voor uw angst en diepe pijn
wil ik eeuwig dankbaar zijn.
Uitleg liturgische bloemschikking
Jezus voor Pilatus – Mattheüs 27: 11-14 NBV21
1Toen Jezus voor Pilatus, de gouverneur stond, stelde deze Hem de vraag: ‘Bent U de koning van de Joden?’ Jezus zei: ‘U zegt het.’ 12Maar op de beschuldigingen die de hogepriesters en oudsten tegen Jezus inbrachten, antwoordde Hij niet één keer. 13Daarop zei Pilatus tegen Hem: ‘Hoort U niet wat deze getuigen allemaal tegen U inbrengen?’ 14Jezus gaf op geen enkele beschuldiging enig weerwoord, wat de gouverneur zeer verwonderde.
Zingen: Hij kwam bij ons heel gewoon (Opwekking 268)
1.Hij kwam bij ons, heel gewoon,
de Zoon van God als mensenzoon.
Hij diende ons als een knecht
en heeft zijn leven afgelegd.
refrein
Zie onze God, de Koning-knecht
Hij heeft zijn leven afgelegd
Zijn voorbeeld roept om te dienen iedere dag
gedragen door zijn liefd'en kracht.
2. En in de tuin van de pijn verkoos
Hij als een lam te zijn,
verscheurd door angst en verdriet
maar toch zei Hij : Uw wil geschied'
(refrein)
3. Zie je de wonden zo diep.
De hand die aard'en hemel schiep,
vergaf de hand die Hem sloeg.
De Man, die onze zonden droeg.
(refrein)
Lezen: Mattheüs 27: 15-26 NBV21
15Nu had de gouverneur de gewoonte om op het pesachfeest één gevangene vrij te laten, en die door het volk te laten kiezen. 16Er zat toen een beruchte gevangene vast, die Jezus Barabbas genoemd werd. 17En dus vroeg Pilatus hun, toen ze daar waren samengestroomd: ‘Wie wilt u dat ik vrijlaat, Jezus Barabbas of Jezus die de messias wordt genoemd?’ 18Hij wist namelijk dat ze Hem uit afgunst hadden uitgeleverd. 19Terwijl hij op de rechterstoel zat, werd hem een boodschap van zijn vrouw gebracht: ‘Laat je niet in met die rechtvaardige! Om Hem heb ik namelijk vannacht in een droom veel moeten lijden.’ 20Ondertussen haalden de hogepriesters en de oudsten het volk over: ze moesten om Barabbas vragen, en Jezus laten doden. 21Weer nam de gouverneur het woord en hij vroeg opnieuw: ‘Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?’ ‘Barabbas!’ riepen ze. 22Pilatus vroeg hun: ‘Wat moet ik dan doen met Jezus die de messias wordt genoemd?’ Allen antwoordden: ‘Aan het kruis met Hem!’ 23Hij vroeg: ‘Wat heeft Hij dan misdaan?’ Maar ze schreeuwden alleen maar harder: ‘Aan het kruis met Hem!’ 24Toen Pilatus inzag dat hij niets bereikte, maar dat er zelfs een opstand dreigde uit te breken, liet hij water brengen, waste ten overstaan van de menigte zijn handen en zei: ‘Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Zie het zelf maar op te lossen.’ 25En heel het volk antwoordde: ‘Laat zijn bloed ons maar worden aangerekend, en onze kinderen!’ 26Daarop liet Pilatus Barabbas vrij, maar Jezus leverde hij uit om gekruisigd te worden, nadat hij Hem eerst nog had laten geselen.
Zingen Lied 575 vers 2
2.Gij die alles hebt gedragen,
al de haat en al de hoon,
die beschimpt wordt en geslagen,
Gij rechtvaardig, Gij Gods Zoon,
als de minste mens gebonden,
aangeklaagd om onze zonde.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.
Lezen: Mattheüs 27: 27-33 NBV21
27De soldaten van de gouverneur namen Jezus mee naar het pretorium en verzamelden de hele cohort om Hem heen. 28Ze kleedden Hem uit en deden Hem een scharlakenrode mantel om, 29vlochten een kroon van doorntakken en zetten die op zijn hoofd. Ze gaven Hem een rietstok in zijn rechterhand en vielen voor Hem op de knieën. Spottend zeiden ze: ‘Gegroet, koning van de Joden,’ 30en ze spuwden op Hem, pakten Hem de rietstok weer af en sloegen Hem op het hoofd. 31Nadat ze Hem zo hadden bespot, trokken ze Hem de mantel uit, deden Hem zijn kleren weer aan en leidden Hem weg om Hem te kruisigen.
32Bij het verlaten van het pretorium troffen ze een man uit Cyrene die Simon heette, en hem dwongen ze het kruis te dragen. 33Zo kwamen ze bij de plek die Golgota genoemd werd, wat ‘schedelplaats’ betekent.
Zingen: ELB 114:1, 2 en 3 (Als ik in gedachten sta)
1. Als ik in gedachten sta
bij het kruis van Golgotha,
als ik hoor wat Jezus sprak,
voor zijn oog aan 't kruishout brak,
2. Hoe nog stervende zijn mond
troost voor vriend en moeder vond,
weet ik: "Hij vergeet ons niet,
schoon Hij stervend ons verliet."
3. Hoor ik dan, hoe Jezus bad
voor wie Hem gekruisigd had,
'k weet dan: "Bij de Heiland is
ook voor mij vergiffenis."
Lezen: Mattheüs 27: 34-44 NBV21
34Ze gaven Jezus met gal vermengde wijn, maar toen Hij die geproefd had, weigerde Hij ervan te drinken. 35Nadat ze Hem gekruisigd hadden, verdeelden ze zijn kleren onder elkaar door erom te dobbelen, 36en ze bleven daar zitten om Hem te bewaken. 37Boven zijn hoofd bevestigden ze de aanklacht, die luidde: ‘Dit is Jezus, de koning van de Joden’. 38Daarna werden er naast Hem twee misdadigers gekruisigd, de een rechts van Hem, de ander links. 39De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met Hem: 40‘Jij was toch de man die de tempel kon afbreken en in drie dagen weer opbouwen? Als Je de Zoon van God bent, red jezelf dan en kom van dat kruis af!’ 41Ook de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten maakten zulke spottende opmerkingen: 42‘Anderen heeft Hij gered, maar zichzelf redden kan Hij niet. Hij is toch koning van Israël? Laat Hij dan nu van het kruis afkomen, dan zullen we in Hem geloven. 43Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die Hem nu dan redden, als Hij Hem tenminste goedgezind is. Hij heeft immers gezegd: “Ik ben de Zoon van God.”’ 44Precies zo beschimpten Hem de misdadigers die samen met Hem gekruisigd waren.
Zingen lied 575: vers 5
5. Koning tot een spot getekend
met een riet en doornenkroon,
bij de moordenaars gerekend
overstelpt met smaad en hoon,
opdat naar uw welbehagen
wij de kroon der ere dragen.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.
Lezen: Mattheüs 27:45-50 NBV21
45Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. 46Aan het einde daarvan, in het negende uur, riep Jezus met luide stem: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat betekent: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ 47Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen van hen: ‘Hij roept om Elia!’ 48Meteen kwam er uit hun midden iemand toegesneld die een spons pakte en in water met azijn doopte. Hij stak de spons op een stok en probeerde Hem te laten drinken. 49De anderen zeiden: ‘Laten we nu maar eens zien of Elia Hem komt redden.’ 50Jezus riep opnieuw, luidkeels, en gaf de geest.
de Paaskaars wordt gedoofd + stilte
Lezen: Mattheüs 27:51-56 NBV21
51Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. 52De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; 53na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en verschenen aan een groot aantal mensen.
54Toen de centurio en degenen die met hem Jezus bewaakten de aardbeving voelden en merkten wat er gebeurde, werden ze door een hevige angst overvallen en zeiden: ‘Hij was werkelijk Gods Zoon.’
55Vele vrouwen, die Jezus vanuit Galilea gevolgd waren om Hem te dienen, stonden van een afstand toe te kijken. 56Onder hen bevonden zich Maria van Magdala, Maria, de moeder van Jakobus en Josef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs.
De Paaskaars wordt uitgedragen
Zingen: Sela – hard geslagen, vastgenageld (4.52)
Lezen: Mattheüs 27:57-61 NBV21
57Toen de avond gevallen was, arriveerde er een rijke man die uit Arimatea afkomstig was. Hij heette Josef en was ook een leerling van Jezus geworden. 58Hij meldde zich bij Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Hierop gaf Pilatus bevel het aan hem af te staan. 59Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen 60en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Daarna rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf en vertrok. 61Maria van Magdala en de andere Maria gingen tegenover het graf zitten en bleven daar achter.
Zingen: Lied 590 vers 1, 2,3, 4 en 5
1. Nu valt de nacht. Het is volbracht:
de Heer heeft heel zijn leven
voor het menselijk geslacht
in Gods hand gegeven.
2. De wereld gaf
Hem slechts een graf.
Zijn wonen was Hem zwerven;
Al zijn onschuld werd Hem straf
En zijn leven sterven.
3. Hoe slaapt Gij nu,
die men zo ruw
aan ’t kruishout heeft gehangen
Starre rotsen houden U,
rots des heils, gevangen.
4. ’t Is goed, o Heer,
Gij hoeft de eer
van God niet meer te staven.
Leggen wij ons bij U neer,
in uw dood begraven.
5. Hoe wonderlijk,
uitzonderlijk
een sabbat is gekomen:
eens voor al heeft Hij het juk
van ons afgenomen.
Gebed
We verlaten in stilte de kerk.
Nieuwe alinea
Liturgie Stille zaterdag op 4 april 2026 – 21.00 uur
Aanvangstijd: 21:00 uur
Voorganger: kerkenraad
Organist: Piet van Zuiden
Op de beamer VOOR DE DIENST:
De kerk is aan het begin van deze paaswake schaars verlicht. We zijn stil. De Heer is in het dodenrijk neergedaald. Hoe donker is het in de wereld zonder Licht. Aardedonker….
Openingstekst
Uitleg liturgische bloemschikking
Zingen: zo dor en doods lied 610 (op melodie Gez 195 oude liedboek / Lied 590 NLB: nu valt de nacht)
Vers 1: Zo dor en doods
zo levenloos
verlamd, uiteen geslagen
zonder hoop en zonder troost
slijten wij de dagen
Vers 3: Zijt Gij het, Heer,
die weet wanneer
wij ooit zullen herleven
Met uw adem kunt Gij toch
ons het leven geven?
Vers 4: Kom dan en spreek
Uw woord en breek
zo onze graven open.
Wil ons met de Geesteskracht
van uw adem dopen.
Vers 6: Blaas met Uw Geest
In ons het feest
dat allen zal verwarmen
Open ons het vergezicht
op uw groot erbarmen!
Gebed op de stille zaterdag
Aankondiging lied en uitleg voor het lied:
Dwars door alle tranen heen: (3:44)
Lezen: Mattheus 27: 62-66 NBV21
De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de farizeeën samen naar Pilatus. 63Ze zeiden tegen hem: ‘Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen Hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal Ik uit de dood worden opgewekt.” 64Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen Hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgewekt uit de dood,” en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.’ 65Pilatus antwoordde: ‘U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.’ 66Ze gingen naar het graf en beveiligden het door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten.
Zingen: In het duister van de vragen (op de melodie van GEZANG 435)
1.In het duister van de vragen,
Bij de twijfel van de nacht,
Als het licht op lege dagen
Niet meer levenwekkend lacht.
Als de hemel is gesloten
En van God niets wordt gehoord,
Sterft het lied een snelle dood en
komt de stilte aan het woord.
3. Leer ons in het zwijgen bidden,
En verwarm ons in de nacht,
Als een wachtvuur in ons midden.
Geef opnieuw uw geesteskracht.
Maak ons open door uw spreken,
Bied ons weer een vergezicht.
Wil in ons het vuur ontsteken,
Laat ons leven in het licht.
Inleiding op het licht
Genesis 1: 1-5
1In het begin schiep God de hemel en de aarde. 2De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water. 3God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. 4God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; 5het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag. –
Zingen: lied 513
God heeft het eerste woord.
Hij heeft in den beginne,
het licht doen overwinnen,
Hij spreekt nog altijd voort.
God heeft het eerste woord.
Voor wij ter wereld kwamen,
riep Hij ons reeds bij name,
zijn roep wordt nog gehoord.
God heeft het laatste woord.
Wat Hij van oudsher zeide,
wordt aan het eind der tijden,
in heel zijn rijk gehoord.
God staat aan het begin
en Hij komt aan het einde.
Zijn woord is van het zijnde,
oorsprong en doel en zin.
Uitleg
Exodus 14: vers 21 en vers 22
21 Toen hield Mozes zijn arm boven de zee, en de HEER liet de zee terugwijken door gedurende de hele nacht een krachtige oostenwind te laten waaien. Hij veranderde de zee in droog land. Het water spleet, 22 en zo konden de Israëlieten dwars door de zee gaan, over droog land; rechts en links van hen rees het water op als een muur.
Uitleg
Romeinen 6:
Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? We zijn door de doop in zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden.
Een diaken vult het doopvont
We denken terug aan onze doop.
Zingen: lied 340b: Ik geloof in God de Vader (Geloofsbelijdenis)
Ik geloof in God de Vader, de Almachtige,
Schepper des hemels en der aarde.
En in Jezus Christus,
zijn eniggeboren Zoon,
onze Heer,
die ontvangen is van de heilige Geest,
geboren uit de maagd Maria,
die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
is gekruisigd, gestorven en begraven,
nedergedaald ter helle,
ten derden dage wederom opgestaan
van de doden,
opgevaren ten hemel,
zittende ter rechterhand Gods,
des almachtigen Vaders,
vanwaar Hij komen zal om te oordelen
de levenden en de doden.
Ik geloof in de heilige Geest,
ik geloof één heilige, algemene,
christelijke kerk,
de gemeenschap der heiligen,
vergeving der zonden,
wederopstanding des vleses
en een eeuwig leven.
Amen, amen, amen.
Ondertussen luisteren we naar “Doop” van Sela (2:38)
Gebed
Zingen: lied 939 Op U Alleen, mijn licht, mijn kracht: vers 1 tm 3
1. Op U alleen, mijn licht, mijn kracht,
stel ik mijn hoop, U zorgt voor mij.
Door golven heen, door storm en nacht,
leidt mij Uw hand, U blijft nabij.
Uw vrede diep, Uw liefde groot,
verjaagt mijn angst, verdrijft de dood.
Mijn vaste rots, mijn fundament,
U bent de grond waarop ik sta.
2. U werd een mens, U daalde neer,
in onze pijn en schuld en strijd.
U droeg de last, verrezen Heer,
die ons van elke vloek bevrijdt.
U sloeg de zonden aan het kruis
en brengt ons bij de Vader thuis,
want door Uw bloed, Uw levenskracht,
komen wij vrij voor God te staan.
3. Van eerste kreet tot laatste zucht,
leef ik in U, en U in mij.
Geen boze macht, geen kwaad gerucht,
niets is er dat mij van U scheidt.
Want U regeert, U overwint,
U neemt mij aan, ik ben Gods kind.
Totdat U komt, mij roept voorgoed,
bent U het doel van mijn bestaan.
Zegen
We verlaten in stilte de kerk
Nieuwe alinea
Liturgie Paasmorgen 5 april 2026
Inloop vanaf 10:30 uur
Aanvangstijd: 11:00 uur
Voorganger: Ds. C. Flobbe uit Harderwijk
Oppas (Anje) en kindernevendienst (Wilma)
Koffie verzorgd door: familie Kramer
Organist: Bert Bolhuis
piano: Joke Koelewijn
Welkom en mededelingen kerkenraad
De paaskaars wordt binnengebracht, zingen: ELB 122, 1 en 2 (**Daar juicht...)
1 Daar juicht een toon, daar klinkt een stem,
die galmt door gans Jeruzalem.
Een heerlijk morgenlicht breekt aan,
de Zoon van God is opgestaan.
2 Nu jaagt de dood geen angst meer aan,
want alles, alles is voldaan,
wie in geloof op Jezus ziet,
die vreest voor dood en duivel niet.
Groet en bemoediging:
vg: De Heer is waarlijk opgestaan!
a: de Heer is waarlijk opgestaan! Halleluja!
vg: Onze hulp is in de Naam van de Heer
a: die hemel en aarde gemaakt heeft
vg: die trouw blijft tot in eeuwigheid
a: en niet loslaat het werk van zijn handen
Drempelgebed
Vervolg intochtslied: ELB 122, 3 en 4
3 Nu jaagt de dood geen angst meer aan,
want alles, alles is voldaan;
wie in geloof op Jezus ziet,
die vreest voor dood en helle niet.
4 Want nu de Heer' is opgestaan,
nu vangt het nieuwe leven aan,
een leven door Zijn dood bereid,
een leven in Zijn heerlijkheid.
Korte inleiding bij Pasen:
2 trefwoorden: opstanding én overwinning.
Gebed om ontferming
Zingen: lied 885, 1 en 2
(**Groot is...
1 Groot is uw trouw, o Heer mijn God en Vader
Er is geen schaduw van omkeer bij U
Ben ik ontrouw, Gij blijft immer Dezelfde
die Gij steeds waart, dat bewijst Gij ook nu
Groot is uw trouw, o Heer, groot is uw trouw, o Heer
iedere morgen aan mij weer betoond.
Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven
Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond
Gij geeft ons vrede, vergeving van zonden
en uw nabijheid, die sterkt en die leidt
Kracht voor vandaag, blijde hoop voor de toekomst
Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.
Groot is uw trouw, o Heer, groot is uw trouw, o Heer
iedere morgen aan mij weer betoond.
Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven
Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond
Leefregel: Johannes 16, 33
33 Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij Mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: Ik heb de wereld overwonnen.’
Glorialied: Psalm 118, 1 6 10 (**Ik zal zolang...)
1 Laat ieder 's Heeren goedheid prijzen,
zijn liefde duurt in eeuwigheid.
Laat, Israël, uw lofzang rijzen:
Zijn liefde duurt in eeuwigheid.
Dit zij het lied der priesterkoren:
Zijn liefde duurt in eeuwigheid.
Gij, die den Heer vreest, laat het horen:
Zijn liefde duurt in eeuwigheid.
6 Des Heeren hand is hoog verheven,
des Heeren rechterhand is sterk.
Ik zal niet sterven, ik zal leven
en zingen van des Heeren werk.
De Heer heeft mij wel zwaar geslagen,
maar niet verlaten in mijn nood,
en zijn genadig welbehagen
gaf mij niet over aan de dood.
10 De Heer is God, zijn gunst verheugde
ons oog en hart met vrolijk licht.
Nu worde 't offer onzer vreugde
op zijn altaren aangericht.
Gij zijt mijn God, U zal ik prijzen,
o God, U roemen wijd en zijd.
Laat aller lof ten hemel rijzen:
Gods liefde duurt in eeuwigheid.
DIENST van het WOORD:
Gebed om de Geest
Kinderproject? zingen: Alles wordt Nieuw 3|19, 1 2 3 4 (**Als je geen
liefde...)
Als je geen liefde hebt voor elkaar,
vallen de dromen in duigen.
Dromen van vrede worden niet waar,
kwaad is niet om te buigen.
refrein: Als je geen liefde hebt voor elkaar
leef je buiten Gods gloria.(2x)
Als je geen antwoord geeft op verdriet.
zullen de tranen niet drogen.
Als je het leed in de wereld niet ziet,
worden Gods woorden verbogen.
Refrein:
Als je geen oog hebt voor het gemis,
als je geen brood weet te delen,
denk dan aan Jezus die brood en die vis,
uit liefde deelde met velen.
Refrein:
Als je geen liefde hebt voor elkaar,
is er geen hoop meer op zegen.
Kinderen, maak de liefde toch waar:
schrijf het op alle wegen.
Refrein;
Kinderen mogen naar de eigen viering
Lezing uit de Brieven: Colossenzen 2, 15
15 Hij heeft zich ontdaan van de machten en krachten, Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd.
en Colossenzen 3, 1-4
1 Als u nu met Christus tot leven bent gewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. 2 Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. 3 U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God. 4 En wanneer Christus, uw leven, verschijnt, zult ook u in luister verschijnen, samen met Hem.
Luisterlied:
Zingen: Het Liefste Lied van Overzee 1|42, 1 2 3 4 5 (**Naam van Jezus...
1 Naam van Jezus, hoog verheven,
boven alle namen uit,
U te loven vult ons leven,
nu Gij ons de weg ontsluit.
2 In Uw trouw aan God gebroken,
aan Uw liefde opgebrand,
wie de dood zo heeft weersproken,
valt toch niet meer uit zijn hand.
3 Sta ons liefdevol voor ogen,
telkens als Uw kruis verrijst
en ons mens’lijk mededogen,
U met name eer bewijst.
4 Doordat Gij U zo liet breken,
worden wij met U gevoed,
brood en wijn heten de tekens,
waarin ik U zelf ontmoet.
5 Naam van Jezus, alle talen,
stemmen in met dit gezang,
dat Uw liefde blijft herhalen,
van U zingt, een wereld lang.
Amen.
zie bijlagen; piano)
Evangelielezing: Matteus 1-10
Zingen: lied 624, 1 2 3 (**Christus, onze Heer...)
Christus, onze Heer, verrees,
halleluja!
Heil’ge dag na angst en vrees,
halleluja!
Die verhoogd werd aan het kruis,
halleluja,
bracht ons in Gods vrijheid thuis,
halleluja!
Prijst nu Christus in ons lied,
halleluja,
die in heerlijkheid gebiedt,
halleluja,
die aanvaardde kruis en graf,
halleluja,
dat Hij zondaars 't leven gaf,
halleluja!
Maar zijn lijden en zijn strijd,
halleluja,
heeft verzoening ons bereid,
halleluja!
Nu is Hij der heem’len Heer,
halleluja!
Eng’len juub’len Hem ter eer,
halleluja!
Tekstuitleg en verkondiging
Antwoordlied: Liedboek voor de Kerken1973 gezang 221, 1 2 3 (**Wees gegroet... )
1 Wees gegroet, gij eersteling der dagen,
morgen der verrijzenis,
bij wiens licht de macht der hel verslagen
en de dood vernietigd is!
Here Jezus, trooster aller smarten,
zon der wereld, schijn in onze harten,
deel ons zelf de voorsmaak mee
van der zaal'gen sabbathsvree!
2 Op uw woord, o Leven van ons leven,
werpen wij het doodskleed af!
Door de kracht uws Geestes uitgedreven,
treden we uit ons zondengraf.
Leer ons daag'lijks, leer ons duizendwerven,
in uw kruisdood meegekruisigd sterven,
en herboren opgestaan,
achter U ten hemel gaan!
3 In uw hoede zijn wij wel geborgen,
en schoon eerlang 't oog ons breek',
open gaat het op de grote morgen
na deez' aardse lijdensweek.
Welk een dag der ruste zal dat wezen,
als we onsterf'lijk, uit de dood verrezen,
knielen voor uw dankaltaar!
Amen, Jezus, maak het waar!
GEBEDEN en GAVEN:
Dankgebeden - voorbeden - gebeden in stilte - Onze Vader
kinderen komen terug - collecten - toegift: een traditie uit de vroege
kerk; de paasgrap!
Slotlied: lied 634, 1 en 2 (**U zij de glorie...)
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.
Uit een blinkend stromen, daalde d’engel af,
heeft de steen genomen van ’t verwonnen graf.
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.
Zie Hem verschijnen, Jezus, onze Heer,
Hij brengt al de zijnen, in zijn armen weer.
Weest dan volk des Heren, blijde en welgezind
en zegt telkenkere: ‘Christus overwint’.
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.
Gezongen zegen: lied 428
(voorganger solo + piano; na verhoging allen + orgel)
Overvloedig geef ik u,
zoals de vader Mij zond, zo zend ik u.
Ga en deel mijn liefde uit
vrede zij u.
Overvloedig geef ik u
zoals de vader Mij zond, zo zend ik u.
Ga en deel mijn liefde uit
vrede zij u.
Vrolijk Pasen!
