Liturgie

Liturgie  22 februari 2026


Liturgie voor de ochtenddienst op 22 februari 2026 in Munnekezijl

Thema: Jezus op weg naar de hemel

 

Inloop vanaf 10:30 uur 
Aanvangstijd: 11:00 uur 
Voorganger: Da. G. Borger Koetsier uit Surhuizum
Oppas (Gerjanne) en kindernevendienst (Wilma)
Koffie verzorgd door: familie van der Wal
Organist: Johan Kramer
 

Welkom en afkondigingen

 

Aanvangslied: Psalm 95 : 1 en 3                Steek nu voor God de loftrompet

1       Steek nu voor God de loftrompet

Hem die ons in de vrijheid zet

Kom voor zijn aanschijn met verblijden

Breng Hem de dank van al wat leeft

Hem, die ons heil gegrondvest heeft

Vier Hem, de koning der getijden

 

3       Kom, werpen wij ons voor den Heer

die ons gemaakt heeft biddend neer

wij, die het volk zijn van zijn weide

Want onze God, Hij gaat ons voor

Hij trekt met ons de diepte door

Zijn hand zal ons als schapen leiden

 

Stil gebed, bemoediging en groet

 

Zingen: Lied 538 : 1 en 4                    Een mens te zijn op aarde

1       Een mens te zijn op aarde

in deze wereldtijd,

is leven van genade

buiten de eeuwigheid,

is leven van de woorden

die opgeschreven staan

en net als Jezus worden

die ’t ons heeft voorgedaan.

 

4       Een mens te zijn op aarde

in deze wereldtijd,

dat is de Geest aanvaarden

die naar het leven leidt:

de mensen niet verlaten,

Gods woord zijn toegedaan,

dat is op deze aarde

de duivel wederstaan.

 

Gebed

 

Moment met de kinderen

 

Zingen: ‘We gaan voor even uit elkaar’

 

Aansteken van de kaars; daarna gaan de kinderen naar hun eigen ruimte

 

Eerste Schriftlezing: Lucas 9 : 51 - 10 : 3

[51] Toen de tijd naderde dat Jezus in de hemel zou worden opgenomen, ging Hij vastberaden op weg naar Jeruzalem. [52] Hij stuurde boden voor zich uit. In een Samaritaans dorp, waar ze kwamen om zijn komst voor te bereiden, [53] wilden de dorpelingen Hem niet ontvangen, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was. [54] Toen de leerlingen Jakobus en Johannes merkten dat Jezus niet welkom was, vroegen ze: ‘Heer, wilt U dat wij vuur uit de hemel afroepen dat hen zal verteren?’ [55] Maar Hij draaide zich naar hen om en wees hen streng terecht. [56] Ze gingen verder naar een ander dorp.

[57] Terwijl ze hun weg vervolgden, zei iemand tegen Hem: ‘Ik zal U volgen waarheen U ook gaat.’ [58] Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon heeft geen plaats waar Hij zijn hoofd te ruste kan leggen.’ [59] Tegen een ander zei Hij: ‘Volg Mij!’ Maar deze zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’ [60] Jezus zei tegen hem: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.’ [61] Weer een ander zei: ‘Ik zal U volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’ [62] Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’

[10:1] Daarna stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan. [2] Hij zei tegen hen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders; vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen. [3] Ga op weg, en bedenk wel: Ik zend jullie als lammeren onder de wolven.

 

Zingen: Lied 542  God roept de mens op weg te gaan                                              

Tweede Schriftlezing: Lucas 13 : 22 - 34

[22] Op weg naar Jeruzalem trok Hij verder langs steden en dorpen, terwijl Hij onderricht gaf. [23] Iemand vroeg Hem: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’ Hij antwoordde: [24] ‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg Ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen. [25] Als de heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: “Heer, doe open voor ons!”, dan zal hij antwoorden: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?” [26] Jullie zullen zeggen: “We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven.” [27] Maar hij zal tegen jullie zeggen: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, onrechtplegers!” [28] Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt. [29] Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aanliggen bij het feestmaal in het koninkrijk van God. [30] En bedenk wel: er zijn laatsten die de eersten zullen zijn, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.’

[31] Precies op dat ogenblik kwamen er enige farizeeën die tegen Hem zeiden: ‘Vertrek, ga weg van hier, want Herodes wil U doden!’ [32] Hij antwoordde: ‘Zeg tegen die vos: “Let op, Ik drijf demonen uit en vandaag en morgen genees Ik mensen, en op de derde dag bereik Ik de voltooiing.” [33] Maar Ik moet vandaag en morgen en de volgende dag op weg blijven, want een profeet hoort niet om te komen buiten Jeruzalem – [34] Jeruzalem, Jeruzalem, jij die de profeten doodt en stenigt wie naar je toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb Ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels hoedt, maar jullie hebben het niet gewild.

 

Zingen: Lied 550 : 2 en 3                    Verheug u, gij dochter van Sion

2       Verheug u, gij dochter van Sion,

en jonkvrouw Jeruzalem, juich!

Hij zal u regeren

met God en met ere.

De wagens, de paarden,

de wapens, de zwaarden,

krijgszuchtige plannen,

Hij zal ze verbannen,

Hij zal ze verdoen in zijn toorn en zijn recht,

het is van te voren voorzegd.

 

3       Verheug u, gij dochter van Sion,

en jonkvrouw Jeruzalem, juich!

Zijn daden, zij zullen

de aarde vervullen,

voor jood en voor heiden

door dood en door lijden

draagt Hij met zich mede

de blijdschap, de vrede,

Hij rijdt op een ezel. Hij lijdt als een knecht,

zo brengt Hij het leven terecht.

 

Uitleg en verkondiging

 

Zingen: Opwekking 575 (via beamer) Jezus alleen. Ik bouw op Hem 

                   (als geloofsbelijdenis)        https://www.youtube.com/watch?v=h7isDyI98DQ

Dankgebed en voorbeden,
        gezamenlijk afgesloten met het Onze Vader

 

Inzameling van de gaven

         Kinderen komen terug in de kerk

 

Slotlied: Lied 565 : 1, 5 en 6      Het hoogste woord daalt uit het licht 
(op melodie van Psalm 134!)

1       Het hoogste woord daalt uit het licht   

en blijft toch voor Gods aangezicht.

Het geeft zich over aan de nacht,

zo wordt zijn grote werk volbracht.

 

5       O zalig Lam dat voor ons boet,

de deur des hemels opendoet,

de vijand staat hier om ons heen,

Gij kunt ons helpen, Gij alleen.

 

6       De enige, drie-ene Heer,
zij eeuwig alle lof en eer,
die in het vaderland ons geeft
het leven dat geen einde heeft.

 

Zegen                   

         

Zingen: Amen, amen, amen

Terug