Liturgie

Liturgie 18 oktober 2026

Liturgie zondag 18 oktober 2026

Inloop vanaf 10:30 uur 
Aanvangstijd: 11:00 uur 
Voorganger: Da. J.J. Douma van der Molen uit Leek
Oppas (Melindi) 
Koffie verzorgd door: Grietje en Margit
Organist: Johan Kramer

Zingen voor de dienst: ELb 161 Komt laat ons vrolijk zingen)

Komt, laat ons vrolijk zingen tot God die alles schiep
De bloemen, vissen, vogels uit niets tot leven riep
met nevels als een sluier de groene aarde tooit
zijn dauw als vreugdeparels over de velden strooit

Die heuvels schiep en dalen waar Hij de aard’ betrad
die zon en maan en sterren tot licht gaf op ons pad
Looft Hem dan die de mensen tot vreugd’ geschapen heeft
en die ons onze schulden om Jezus’ wil vergeeft


O, God die ons in Christus een machtig Vader zijt
verlos ons van het kwade nu en in eeuwigheid
Leer ons als kind’ren leven en spelen in uw hof
en met de eng’len zingen uw glorie en uw lof


Mededelingen


Intochtslied Ps 146:3,4,5 Heil wien Jacobs Gods wil bijstaan

Heil wien Jakobs God wil bijstaan,

heil die God ter hulpe riep.

Want zijn heil zal niet voorbijgaan,

God is trouw aan wat Hij schiep.

Wat in hemel, zee of aard

woont, is in zijn hand bewaard.

 

Aan wie hongert geeft Hij spijze,

aan verdrukten recht gericht.

Wie geboeid zijn, Hij bevrijdt ze,

blinden geeft Hij het gezicht.

Hij geeft den gebukten moed

en heeft lief wie zijn wil doet.

 

Wees en weduw en ontheemde

doet Hij wonen op zijn erf.

Hij behoedt de weg der vreemden,

maar leidt bozen in 't verderf.

Eeuwig Koning is de Heer !

Sion, zing uw God ter eer !

 

Stil gebed, votum, groet: klein gloria


Gz 473:1,2 Neem mijn leven

Neem mijn leven, laat het, Heer,

toegewijd zijn aan uw eer.

Maak mijn uren en mijn tijd

tot uw lof en dienst bereid.

 

Neem mijn handen, maak ze sterk,

trouw en vaardig tot uw werk.

Maak dat ik mijn voeten zet

op de wegen van uw wet.


Genadeverkondiging: Matth 6:19-21 NBV21

19 Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen.
20 Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen.
21 Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.


Gz 473: 4,8 Neem mijn zilver en mijn goud

Neem mijn zilver en mijn goud,

dat ik niets aan U onthoud.

Maak mijn kracht en mijn verstand

tot een werktuig in uw hand.

 

Neem mijn dagen en mijn tijd,

maak ze tot uw lof bereid.

Laat mij in de levensloop

steeds getuigen van uw hoop.

 

Gods aanwijzingen voor ons leven: Mattheüs 6 Bergrede

1 Let op dat jullie je gerechtigheid niet tentoonspreiden om door de mensen gezien te worden. Dan beloont jullie Vader in de hemel je niet. 2 Dus wanneer je iemand iets geeft uit barmhartigheid, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. 3 Als je iets uit barmhartigheid geeft, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. 4 Zo blijft je gift in het verborgene, en jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen. 24 Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.

25 Daarom zeg Ik jullie: maak je geen zorgen over je leven, over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam, over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding? 26 Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren; het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij? 27 Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één dag aan zijn levensduur toevoegen? 28 En wat maken jullie je zorgen over kleding? Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld. Ze werken niet en weven niet. 29 Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen. 30 Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zoveel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal Hij jullie dan niet kleden, kleingelovigen? 31Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? of: Wat zullen we drinken? of: Waarmee zullen we ons kleden? – 32 dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. 33 Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. 34 Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.

 

Gz 473:5 Neem mijn wil en maak hem vrij

Neem mijn wil en maak hem vrij,
dat hij U geheiligd zij.
Maak mijn hart tot Uwe troon,
dat Uw Heil'ge Geest er w
oon'.


Gebed om verlichting met de Heilige Geest


Schriftlezing: 1 Kronieken 29:1-21 HSV

1 Verder zei koning David tegen heel de gemeente: God heeft mijn zoon Salomo als enige uitgekozen, nog jong en onervaren. Dit werk daarentegen is groot, want het is geen bouwwerk voor een mens, maar voor God, de HEERE. 2 Met heel mijn kracht heb ik voor het huis van mijn God gereedgemaakt: het goud voor de gouden voorwerpen, het zilver voor de zilveren, het koper voor de koperen, het ijzer voor de ijzeren en het hout voor de houten voorwerpen, onyxstenen en andere stenen als opvulling, sierstenen en kleurrijke stenen, allerlei edelstenen en marmeren stenen in overvloed. 3 En omdat ik een behagen schep in het huis van mijn God, geef ik daarboven mijn persoonlijke vermogen aan goud en zilver voor het huis van mijn God, boven alles wat ik voor het huis van het heiligdom al gereedgemaakt heb: 4 drieduizend talent goud, van het goud van Ofir, en zevenduizend talent gezuiverd zilver om de muren van de huizen te overtrekken; 5 goud voor de gouden voorwerpen, zilver voor de zilveren voorwerpen, en voor ieder werk door de hand van de ambachtslieden. Wie is vandaag gewillig de HEERE zijn gave te schenken?  6 Toen gaven de hoofden van de families vrijwillig, met de leiders van de stammen van Israël, de leiders over duizend en over honderd, en de opzichters over het werk van de koning. 7 Zij gaven voor de dienst van het huis van God vijfduizend talent goud, tienduizend drachmen, tienduizend talent zilver, achttienduizend talent koper en honderdduizend talent ijzer. 8 Wat zij aan edelstenen bij zich vonden, gaven zij voor de schatkamer van het huis van de HEERE, in handen van de Gersoniet Jehiël. 9 Het volk was verblijd over hun vrijwillig geven, want zij gaven met een volkomen hart vrijwillig aan de HEERE. Ook koning David verblijdde zich in hoge mate.10 Toen loofde David de HEERE voor de ogen van heel de gemeente. David zei: Geloofd zij U, HEERE, God van onze vader Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid! 11 Van U, HEERE, is de grootheid, de macht, de luister, de kracht en de majesteit. Want alles wat in de hemel en op de aarde is, is van U. Van U, HEERE, is het Koninkrijk, en U hebt Zich verheven tot een Hoofd boven alles. 12 Rijkdom en eer komen van voor Uw aangezicht, en U heerst over alles. In Uw hand is kracht en macht, in Uw hand is het om ieder groot te maken en sterk te maken. 13 Nu dan, o onze God, wij loven U en prijzen Uw luisterrijke Naam. 14 Want wie ben ik, en wat is mijn volk, dat wij de kracht zouden hebben om vrijwillig te geven zoals dit? Want van U is alles, en uit Uw hand hebben wij het U gegeven. 15 Want wij zijn vreemdelingen voor Uw aangezicht en bijwoners, zoals al onze vaderen. Als een schaduw zijn onze dagen op de aarde, en er is geen hoop. 16 HEERE, onze God, heel deze overvloed die wij gereedgemaakt hebben om voor U een huis te bouwen, voor Uw heilige Naam, dat is van Uw hand; het is alles van U. 17 En ik weet, mijn God, dat U het hart beproeft, en dat U behagen schept in wat billijk is. Ik heb met een oprecht hart al deze dingen vrijwillig gegeven, en ik heb nu met vreugde gezien dat Uw volk dat hier gevonden wordt, het U vrijwillig gegeven heeft. 18 HEERE, God van onze vaderen Abraham, Izak en Israël, bewaar voor eeuwig deze gezindheid in het hart van Uw volk en richt hun hart tot U. 19 En geef mijn zoon Salomo een volkomen hart om Uw geboden, Uw getuigenissen en Uw verordeningen in acht te nemen, om alles te doen en dit bouwwerk, waarvoor ik een voorraad gereedgemaakt heb, te bouwen. 20 Daarna zei David tegen heel de gemeente: Loof nu de HEERE, uw God! Toen loofde heel de gemeente de HEERE, de God van hun vaderen; en zij knielden en bogen zich voor de HEERE neer, en voor de koning. 21 Zij brachten de volgende dag de HEERE slachtoffers en brachten de HEERE brandoffers: duizend jonge stieren, duizend rammen, duizend lammeren, met hun plengoffers; en slachtoffers in overvloed voor heel Israël.



Zingen: Dank U voor deze nieuwe morgen

Verkondiging – Van U zijn alle dingen!


Gz 465:1,4,5 Van U zijn alle dingen

1       Van U zijn alle dingen,
van U, o God en Heer,
van U de zegeningen
die 'k biddende begeer.
Gij wilt mijn weg omringen
met liefde wijs en teer.
Wat wij ooit goeds ontvingen,
het is van U, o Heer.

 

4       O mocht ik U beminnen
gelijk Gij mij bemint,
laat heil'ge vrees van binnen
mij leiden als uw kind!
Mocht ik die rijkdom winnen,
die roest noch mot verslindt,
en werden nooit mijn zinnen
door ijd'le glans verblind!

 

5       U zal ik eeuwig eren,
die eeuw'ge goedheid zijt!
U blijve, Heer der heren,
geheel mijn hart gewijd.
Wat kan ik niet ontberen
wanneer uw hand mij leidt,
wat vuriger begeren
dan uwe heerlijkheid!

 

Inzameling van de gaven


Geloofsbelijdenis


Slotzang EL 374 (Opw 407) O Heer mijn God, wanneer ik in verwondering de wereld zie

Zegen 

terug