Liturgie

Liturgie  8 februari 2026


Litugie 8 februari 2026 – Viering Heilig Avondmaal

 

Inloop vanaf 10:30 uur 
Aanvangstijd: 11:00 uur 
Voorganger:  ds. A. Elverdink uit Zuidhorn 
Oppas (Laura)
Koffie verzorgd door: familie Zuidema
Organist: Onno Zuidema

Welkom en mededelingen

 

Psalm 79: 5 “O Heer, wij zijn het volk door U verkoren”

O Heer, wij zijn het volk door U verkoren,

wij zijn de schapen die uw roepstem horen,

Gij, onze herder, zult ons veilig leiden

aan stille waatren en in groene weiden.

Geslacht meldt aan geslacht / uw goedheid en uw kracht,

de grootheid van uw daden.

Zo gaat een blinkend spoor / van lof de eeuwen door.

Wij prijzen uw genade.

 

Onze Hulp en Groet

 

LB 287: 1, 2, 4 “Rond het licht dat leven doet”

1       Rond het licht dat leven doet,

groeten wij elkaar met vrede;

wie in voor- of tegenspoed,

zegen zoekt, mag binnentreden,

bij de Heer zijn wij hier thuis,

kind aan huis.

 

2       Rond het boek van Zijn verbond,

noemen wij elkaar bij name,

roepen wij met hart en mond,

levenswoorden: ja en amen,

als de kerk van liefde leest,

is het feest.

 

4       Rond de tafel, in de kring

staat ons land, de oogst voor ogen, -

neem en eet, drink en gedenk,

proef hoe zoet: Gods mededogen,

die ons schenkt in de woestijn

brood en wijn.

 

Gebed

 

Kinderlied, “We gaan voor even uit elkaar” (kinderen naar KND)

 

Lezingen  

Exodus 3: 1 – 8ª  

1Mozes was gewoon de schapen en geiten van zijn schoonvader Jetro, de Midjaniti-sche priester, te weiden. Eens dreef hij de kudde tot voorbij het steppeland, en zo kwam hij bij de Horeb, de berg van God.

2Daar verscheen de engel van de HEER aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd. 3Hoe kan het dat die struik niet verbrandt? dacht hij. Ik ga dat wonderlijke verschijnsel eens van dichtbij bekijken. 4Maar toen de HEER zag dat Mozes dat ging doen, riep hij hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’ ‘Ik luister,’ antwoordde Mozes 5‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de HEER, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig (Hebr. ‘ha maqoom … adamat qodesh’) /de plaats waar je staat is heilige grond). 6 Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken.

7De HEER zei: ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is, ik heb hun jammerklachten ver hun onderdrukkers gehoord, ik weet hoe ze lijden. 8Daarom ben ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden …

 

Jozua 5: 10 – 15   

10Toen de Israëlieten in hun kamp bij Gilgal waren, op de vlakte van Jericho, bereid-den ze in de avond van de veertiende dag van die eerste maand het pesachoffer. 11Al één dag na het pesachoffer aten ze ongedesemd brood en geroosterd graan van de opbrengst van het land. 12Er kwam die dag geen manna meer; de Israëlieten kregen vanaf toen nooit meer manna. Ze aten dat jaar van de opbrengst van de akkers van Kanaän.

 

13Toen Jozua eens in de omgeving van Jericho liep, zag hij plotseling een man tegenover zich met een getrokken zwaard in de hand. Jozua ging op hem af en vroeg: ‘Hoor je bij ons of bij de vijand?’ 14De man antwoordde: ‘Bij geen van beide, ik ben de aanvoerder van het leger van de HEER. Daarom ben ik hier.’ Jozua viel op zijn knieën, boog diep voorover en vroeg hem: ‘Mijn heer, ik ben uw dienaar, wat beveelt u mij?’ 15De aanvoerder van het leger van de HEER zei tegen Jozua: ‘Trek je sandalen uit, want de plaats (Hebr. ‘ha maqoom’ ) waarop je staat is heilig.’ Jozua deed wat hem bevolen was. 

 

Evangelische Liedbundel 241: “Wees stil voor het aangezicht van God”

Preek          “Staan op Heilige Grond”

 

Liedboek voor de Kerken, Gez. 311 “Hoe komt het dat het bos...”

(Melodie LvdK Gz. 416, “Gelukkig is het land”)

1       Hoe komt het dat het bos zo stil is

en dat de bladeren zo teer zijn?

Hoe komt het dat het zo stil is

en dat de vogels zo teer zijn?

Dat is het geheim van de stilte,

dat is de adem van God.

 

2       Hoe komt het dat het licht zo helder is

en dat de sterren zo ver zijn?

Hoe komt het dat het zo helder is

en dat de sterren zo ver zijn?

Dat is het geheim van de hemel,

dat is de adem van God.

 

3       Hoe komt het dat het brood zo goed is

en dat de mensen zo blij zijn?

Hoe komt het dat het zo goed is

en dat de mensen zo blij zijn?

Dat is het geheim van het leven,

dat is de adem van God.

 

4       Hoe komt het dat het kruis zo zwaar is

en dat de doden zo stil zijn?

Hoe komt het dat het zo zwaar is

en dat de doden zo stil zijn?

Dat is het geheim van de liefde,

dat is de adem van God.

 

5       Hoe komt het dat het graf zo leeg is

en dat de mensen zo blij zijn?

Hoe komt het dat het zo leeg is

en dat de mensen zo blij zijn?

Dat is het geheim van de opstanding,

dat is de adem van God.

 

Inleiding op het Avondmaal

 

LB 377: 1 – 4 “Zoals ik ben kom ik nabij”

1       Zoals ik ben, kom ik nabij

met niets in handen dan dat Gij

mij riep en zelf U gaf voor mij.

 

 

4       Zoals ik ben, ontvangt Gij mij,

reinigt, vergeeft, omarmt Gij mij,

vervult, verlicht, verwarmt Gij mij –

O Lam van God ik kom.

 

Kinderen terug in de kerk

 

Collecte

 

Gebeden

 

Onder het rondgaan van het brood LB 377: 5, 6, 7 “Zoals ik ben, in U te zijn”

5       Zoals ik ben, in U te zijn

en Gij in mij, in brood en wijn:

uw ziel, uw levenskracht wordt mijn –

o Lam van God, ik kom.

 

6       Zoals ik ben – ja, dat ik dan,

tot rust gekomen, vinden kan

dat ik de liefde peilen kan –

o Lam van God, ik kom.

 

7       Zoals ik ben: dat ik uw naam,

die heel mijn leven overkwam,

van nu af aan in liefde draag –

o Lam van God, ik kom.

 

Onder het rondgaan van de wijn: Steve Angrisano “I am the bread of life”

Kort Dankgebed

 

Slotlied, Lb 378 “Sterk, Heer, de handen tot uw dienst”

1       Sterk, Heer, de handen tot uw dienst,

die heilig brood ontvingen,

de lippen, aan uw kelk gezet,

om van uw heil te zingen:

 

2       de oren open voor uw woord

en doof voor vals gefluister,

de ogen spiegels van uw licht

dat doorbreekt in het duister;

 

3       de tong die proeven mocht van U

vrij van bedrog en leugen,

de mond geopend voor een lied

om wat het hart verheugde;

 

4       de voeten die, op weg naar U,

dit huis hebben betreden -

dat zij van hier met lichte tred

de weg gaan van uw vrede.

 

5       Sterk zo het hart dat voor U klopt

met bloed, door U gegeven -

uw lichaam dat ons lichaam voedt

met uw verheerlijkt leven.

 

Zegen

Terug