Liturgie
Liturgie 25 januari 2026
Liturgie zondag 25 januari: de ontmoeting bij de put
Inloop vanaf 10:30 uur
Aanvangstijd: 11:00 uur
Voorganger: dhr. H. Wubs uit Grijpskerk
Oppas (Martine) en kindernevendienst (Alissa)
Koffie verzorgd door: familie Schutter
Organist: Bert Bolhuis
Welkom
Intochtslied: Psalm 63: 1 en 2
1 Mijn God, Gij zijt mijn toeverlaat,
naar U, Heer, strekt zich mijn verlangen.
Mijn hart wil niets dan U ontvangen,
die leven zijt en leven laat.
O Heer, mijn ziel en zinnen smachten
en dorsten naar U in een land,
waarop de zon verzengend brandt, -
schenk Gij mijn leven nieuwe krachten.
2 Eens zag ik in uw tempelhof
U in uw glorie hoogverheven,
wiens gunst mij meer is dan het leven,
mijn lippen stamelden uw lof.
Mijn leven lang wil ik U prijzen,
uw naam aanbidden, want Gij voedt
mij met uw kracht, Gij schenkt mij moed.
O Heer, ik wil U dank bewijzen.
Votum en groet
Zingen: Psalm 36:2
2 Uw heil is als de hemel hoog,
uw trouw verheft zich voor ons oog
tot in de hoogste wolken.
Uw recht is als de bergen vast,
uw oordeel als de vloed die wast,
tot schrik voor alle volken.
Uw gunst alleen maakt waarlijk vrij,
ja, over mens en dier wilt Gij
alom uw vleuglen spreiden.
Bij U te wonen, Heer, is goed,
met spijs en drank in overvloed
wilt Gij ons hart verblijden.
Leefregels van het Koninkrijk
Gebed
Kindermoment
Kinderlied: We gaan even uit elkaar
Inleiding op het thema
Schriftlezing: Johannes 4: 1 t/m 30
Gesprek met een Samaritaanse vrouw
1 Toen Jezus hoorde dat aan de farizeeën verteld werd dat Hij meer leerlingen maakte en er ook meer doopte dan Johannes 2 – Jezus doopte overigens niet zelf, zijn leerlingen deden dat –, 3 verliet Hij Judea en ging weer naar Galilea. 4 Daarvoor moest Hij door Samaria heen. 5 Zo kwam Hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, 6 waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. 7 Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef Mij wat te drinken.’ 8 Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. 9 De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt U, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ (Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om.) 10 Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u Hém erom vragen en dan zou Hij u levend water geven.’ 11 ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘U hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt U dan levend water vandaan halen? 12 U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ 13 Jezus antwoordde: ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, 14 maar wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat Ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ 15 ‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’ 16 Toen zei Jezus tegen haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’ 17 ‘Ik heb geen man,’ zei de vrouw. ‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt,’ zei Jezus, 18 ‘u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’ 19 Daarop zei de vrouw: ‘Ik begrijp dat U een profeet bent, heer. 20 Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’ 21 ‘Geloof Me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. 22 Jullie vereren wat je niet kent, wij vereren wat we kennen; de redding komt immers van de Joden. 23 Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, Hem aanbidt vervuld van Geest en waarheid. De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden, 24 want God is Geest, dus wie Hem aanbidt, moet dat doen vervuld van Geest en waarheid.’ 25 De vrouw zei: ‘Ik weet wel dat de messias zal komen,’ (dat betekent ‘gezalfde’) ‘wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen.’ 26 Jezus zei tegen haar: ‘Ik ben het, degene die met u spreekt.’
27 Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug, en ze verbaasden zich erover dat Hij met een vrouw in gesprek was. Toch vroeg niemand: ‘Waar bent U op uit?’ of: ‘Waarom spreekt U met haar?’ 28 De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: 29 ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’ 30 Toen gingen de mensen de stad uit, naar Hem toe.
Zingen Psalm 42: 1 en 7
1 Evenals een moede hinde
naar het klare water smacht,
schreeuwt mijn ziel om God te vinden,
die ik ademloos verwacht.
Ja, ik zoek zijn aangezicht,
God van leven, God van licht.
Wanneer zal ik Hem weer loven,
juichend staan in zijn voorhoven ?
7 Hart, onrustig, vol van zorgen,
vleugellam geslagen ziel,
hoop op God en wees geborgen.
Hij verheft wie nederviel.
Eens verschijn ik voor den Heer,
vindt mijn ziel het danklied weer:
Hij, mijn God, Hij heeft mijn leven
altijd aan de dood ontheven.
Preek
Zingen: Opwekking 378, Ik wil jou van harte dienen
Ik wil jou van harte dienen
en als Christus voor je zijn.
Bid dat ik genade vind, dat
jij het ook voor mij kunt zijn.
Wij zijn onderweg als pelgrims,
vinden bij elkaar houvast.
Naast elkaar als broers en zusters,
dragen wij elkanders last.
Ik zal Christus’ licht ontsteken,
als het duister jou omvangt.
Ik zal jou van vrede spreken,
waar je hart naar heeft verlangd.
Dan zal het volmaakte komen,
als wij zingend voor Hem staan.
Als wij Christus’ weg van liefde
en van lijden zijn gegaan.
Inzameling gaven
Zingen Opwekking 832, Jezus overwinnaar
Waar U verschijnt, wordt alles nieuw.
Want U bevrijdt en geeft leven.
Elke storm verstilt door de klank van Uw stem.
Alles buigt voor Koning Jezus.
U bent de held die voor ons strijdt.
U baant de weg van overwinning.
Elke vijand vlucht, ieder bolwerk valt neer.
Naam boven alle namen, Hoogste Heer.
Voor eeuwig is Uw heerschappij.
Uw troon staat onwankelbaar.
Ongeëvenaarde kracht ligt in Uw grote Naam.
Jezus, Overwinnaar!
De duisternis licht op door U.
De duivel is door U verslagen.
Dood waar is je macht, waar is je prikkel gebleven?
Jezus leeft en ik zal leven!
De schepping knielt in diepst ontzag.
De hemel juicht voor onze Koning.
En de machten van de hel weten Wie er regeert:
Naam boven alle namen, Hoogste Heer.
Naam boven alle namen.
Naam boven alle namen.
Naam boven alle namen.
