Liturgie
Liturgie 27 september 2026
ORDE VAN DIENST VOOR ZONDAG 27 SEPTEMBER 2026 (2e v.d. herfst)
Inloop vanaf 10:30 uur
Aanvangstijd: 11:00 uur
Voorganger: Ds. van Dam uit Buitenpost
Oppas (Greetje) en kindernevendienst(...?...)
Koffie verzorgd door: Douwtjse en Kees
Organist: Bert Bolhuis
Welkom en mededelingen door de kerkenraad
Intochtslied (staande) : Psalm 65 c 1-2
De stilte zingt U toe, o Here, in uw verheven oord.
Wij zullen ons naar Sion keren waar Gij ons bidden hoort.
Daar zal men, Heer, tot U zich wenden, tot U komt al wat leeft,
tot U, o redder uit ellende, die alle schuld vergeeft.
Zalig wie door U uitverkoren mag wonen in uw hof,
hoezeer hij door zijn schuld verloren terneerlag in het stof.
Wij worden door U begenadigd die heilig zijt en goed.
Gij die ons in uw huis verzadigt met alle overvloed.
Bemoediging en Groet (daarna allen zitten)
Gebed.
Woorden die richting wijzen.
Zingen: ELB 398 c 1-3
Handen heb je om te geven van je eigen overvloed,
En een hart om te vergeven, wat een ander jou misdoet.
Refrein:
Open je oren om te horen, open je hart voor iedereen.
Ogen heb je om te zoeken naar wat mensen nog ontbreekt,
en een hart om uit te zeggen, wat een ander moed inspreekt.
Refrein
Schouders heb je om te dragen zorg en pijn van alleman,
en een hart om te aanvaarden, wat een ander beter kan.
Refrein
Gebed om de Heilige Geest.
Inleiding op de lezing. Lezing: Jona 3:10 – 4:4.
10 Toen God zag dat zij inderdaad braken met hun kwalijke praktijken, zag Hij ervan af hen te treffen met het onheil dat Hij had aangekondigd, en Hij deed het niet.
1 Dit wekte grote ergernis bij Jona en hij werd kwaad. 2 Hij bad tot de HEER: ‘Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: U bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en bereid het onheil af te wenden. 3 Laat mij maar sterven, HEER: ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’ 4 Maar de HEER zei: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent?’
Luisteren naar: Waar blijft U met Uw wonderen - Elske DeWall
Lezing Mattheüs 20:1-16.
1 Het is met het koninkrijk van de hemel als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uit trok om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken. 2 Nadat hij met de arbeiders een dagloon van één denarie overeengekomen was, stuurde hij hen naar zijn wijngaard. 3 Drie uur later trok hij er opnieuw op uit, en toen hij anderen werkloos op het marktplein zag staan, 4 zei hij ook tegen hen: “Gaan jullie ook maar naar mijn wijngaard, de betaling zal rechtvaardig zijn.” 5 En ze gingen erheen. Rond het middaguur ging hij er nogmaals op uit, en drie uur later weer, en handelde als tevoren. 6 Toen hij tegen het einde van de dag nog eens op weg ging, trof hij een groepje dat er nog steeds stond. Hij vroeg hun: “Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?” 7 “Niemand heeft ons ingehuurd,” antwoordden ze. Hij zei hun: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard.” 8 Toen de avond gevallen was, zei de heer van de wijngaard tegen zijn rentmeester: “Roep de arbeiders bij je en betaal hun het loon uit. Begin daarbij met de laatsten en eindig met de eersten.” 9 En zij die er vanaf het einde van de dag waren, kwamen naar voren en kregen ieder een denarie. 10 En toen zij die als eersten waren gekomen naar voren stapten, dachten ze dat zij wel meer zouden krijgen. Maar ook zij kregen ieder die ene denarie. 11 Toen ze het geld hadden aangenomen, gingen ze bij de landheer hun beklag doen: 12 “Die laatsten hebben één uur gewerkt en u behandelt hen zoals u ons behandelt, terwijl wij het onder de brandende zon de hele dag hebben volgehouden.” 13 Hij antwoordde een van hen: “Vriend, ik behandel je toch niet onrechtvaardig? Je hebt toch ingestemd met het loon van één denarie? 14 Neem wat je toekomt en ga. Ik wil aan die laatsten hetzelfde geven als aan jou. 15 Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? Ben je jaloers omdat ik goed ben?” 16 Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.’
Uitleg en verkondiging.
Zingen: LB 388 c 1 en 3
Voor ieder van ons een plaats aan de tafel,
voor ieder van ons schoon water en brood,
een veilige plek, een plaats om te schuilen,
een plaats in Gods licht als tafelgenoot.
Vol vreugde ziet God naar mensen die recht doen:
zij scheppen geluk!
Vol vreugde ziet God naar mensen die recht doen:
zij scheppen recht en geluk!
Voor jong en voor oud een plaats aan de tafel,
want iedere stem geeft klank aan het koor.
Een hand zoekt een hand, de jongste de oudste;
ze vinden elkaar en niemand gaat voor.
Vol vreugde ziet God naar mensen die recht doen:
zij scheppen geluk!
Vol vreugde ziet God naar mensen die recht doen:
zij scheppen recht en geluk!
Dienst van de Tafel
Nodiging.
Voorbeden.
Collecte.
Instellingsverhaal
Luisterlied (LB 653)
Gebed om de Geest
Samen bidden: Onze Vader
Gemeenschap van brood en wijn
Zingen LB 650 1, 2, 3, 4 en 7
1 De aarde is vervuld
van goedertierenheid,
van goddelijk geduld
en goddelijk beleid.
2 Gods goedheid is te groot
voor het geluk alleen,
zij gaat in alle nood
door heel het leven heen.
3 Zij daalt als vruchtbaar zaad
tot in de groeve af
omdat zij niet verlaat
wie toeven in het graf.
4 Omdat zij niet vergeet
wie godverlaten zijn:
de wereld hemelsbreed
zal goede aarde zijn.
7 Al gij die God bemint
en op zijn goedheid wacht,
de oogst ruist in de wind
als psalmen in de nacht.
Dankgebed
Zegen
Antwoordlied LB 991 c 1, 2
De eersten zijn de laatsten,
wie nakomt gaat voorop,
zij moeten zich niet haasten,
die leven van de hoop.
God moge ons behoeden,
wij zien elkander aan,
de broeder kent de broeder
als een die voor moet gaan.
