Liturgie
Liturgie 19 april 2026
Orde voor de dienst van Zondag 19 april 2026
Inloop vanaf 10:30 uur
Aanvangstijd: 11:00 uur
Voorganger: Dhr. J. van der Meer uit Drachten
Oppas (Melindi)
Koffie verzorgd door: Trea / Hilbrand
Organist: Johan Kramer
Orgelspel voor de dienst
Mededelingen namens de kerkenraad
Beamerlied ter aanvang Opwekking 488 (Kracht van Uw liefde)
Stil gebed, Votum en Groet
Inleiding op de dienst
NLB Lied 748: 1, 4 en 5 (Het duurt niet lang meer tot de tijd)
1 Het duurt niet lang meer tot de tijd
van Christus aan zal breken,
en Hij in grote heerlijkheid
het oordeel uit zal spreken.
Het lachen is dat uur gedaan,
als alles zal in vuur vergaan,
naar Petrus heeft geschreven.
4 O Jezus, help mij dan ter tijd
ter wille van uw wonden
dat in het boek der zaligheid
ook mijn naam wordt gevonden.
Ik koester ook geen twijfel meer,
ik weet ook wel, getrouwe Heer,
dat Gij hebt overwonnen.
5 Heer Jezus, ach wat duurt het lang
tot aan die dag der dagen.
Zie ons op aarde klein en bang,
bezocht door duizend plagen.
Kom rechter in uw majesteit
in uw genade, kom, bevrijd
ons van het kwade. Amen.
Gebed
Lezing van de Wet en bemoediging
ELB 241: 1, 2 en 3 (Wees stil voor het Aangezicht van God)
Wees stil voor het aangezicht van God,
want heilig is de Heer.
aanbid Hem met eerbied en ontzag
en kniel nu voor Hem neer;
die zelf geen zonde kent
en ons genade schenkt.
Wees stil voor het aangezicht van God,
want heilig is de Heer.
Wees stil, want de heerlijkheid van God
omgeeft ons in dit uur.
Wij staan nu op heilige grond,
waar Hij verschijnt met vuur;
een eeuwigdurend licht
straalt van zijn aangezicht.
Wees stil, want de heerlijkheid van God
omgeeft ons in dit uur.
Wees stil, want de kracht van onze God
daalt neer op dit moment.
De kracht van de God die vergeeft
en ons genezing brengt;
niets is onmogelijk
voor wie gelooft in Hem.
Wees stil, want de kracht van onze God
daalt neer op dit moment.
Gebed om de Heilige Geest
1e Lezing Psalm 116:10-19 (NBV21)
10 Ik bleef vertrouwen, ook al zei ik: ‘Ik ben diep ongelukkig.’
11 Al te snel dacht ik: Geen mens die zijn woord houdt.
12 Hoe kan ik de HEER vergoeden wat Hij voor mij heeft gedaan?
13 Ik zal de beker van bevrijding heffen, de naam aanroepen van de HEER
14 en mijn geloften aan de HEER inlossen in het bijzijn van heel zijn volk.
15 Kostbaar in de ogen van de HEER is het leven van zijn getrouwen.
16 Ach HEER, ik ben uw dienaar, uw dienaar ben ik, de zoon van uw dienares: U hebt mijn boeien verbroken.
17 U wil ik een dankoffer brengen. Ik zal de naam aanroepen van de HEER
18 en mijn geloften aan de HEER inlossen in het bijzijn van heel zijn volk,
19 in de voorhoven van het huis van de HEER, binnen uw muren, Jeruzalem.
Halleluja!
NLB Lied 116: 1, 5 en 8 (God heb ik lief)
1 God heb ik lief, want die getrouwe Heer
nam, toen ik riep, met toegenegen oren
mijn woorden aan. Hij zal mij blijven horen
en levenslang ben ik niet eenzaam meer.
5 O 'k heb geloofd, ik wist het wel dat Gij
nog met mij waart in 't diepst van mijn benauwen,
toen 'k in mijn angst geen mens meer kon vertrouwen
en leugen werd wat men mij troostend zei.
8 Voor 't oog van al de zijnen zal ik Hem
offers van dank naar mijn beloften brengen,
in 's Heeren voorhof mijn gejubel mengen
met uw lofprijzingen, Jeruzalem.
2e Lezing Johannes 21:1-14 (NBV21)
1 Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt. 2 Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat is Didymus, ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen. 3 Simon Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee,’ zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets. 4 Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever. Maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. 5 Hij riep: ‘Hebben jullie iets te eten, jongens?’ ‘Nee,’ antwoordden ze. 6 ‘Gooi het net uit aan de rechterkant van het schip,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wierpen het net uit, en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken. 7 De leerling van wie Jezus veel hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, deed hij zijn bovenkleed aan – want hij was nauwelijks gekleed – en sprong in het water. 8 De andere leerlingen kwamen met de boot en sleepten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el. 9 Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met vis erop en brood. 10 Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie daarnet gevangen hebben.’ 11 Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet. 12 Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de leerlingen durfde Hem te vragen wie Hij was, ze begrepen dat het de Heer was. 13 Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en Hij gaf hun ook vis. 14 Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat Hij uit de dood was opgestaan.
NLB Lied 675: 1 en 2 (Geest van hierboven)
Geest van hierboven, leer ons geloven,
hopen, liefhebben door uw kracht!
Hemelse Vrede, deel U nu mede
aan een wereld die U verwacht!
Wij mogen zingen, van grote dingen,
als wij ontvangen al ons verlangen,
met Christus opgestaan. Halleluja!
Eeuwigheidsleven zal Hij ons geven,
als wij herboren Hem toebehoren,
die ons is voorgegaan. Halleluja!
Wat kan ons schaden, wat van U scheiden,
Liefde die ons hebt liefgehad?
Niets is ten kwade, wat wij ook lijden,
Gij houdt ons bij de hand gevat.
Gij hebt de zege voor ons verkregen,
Gij zult op aarde de macht aanvaarden
en onze koning zijn. Halleluja!
Gij, onze Here, doet triomferen
die naar U heten en in U weten,
dat wij Gods zonen zijn. Halleluja!
Verkondiging
Beamerlied: “Genade, zo oneindig groot”
Inleiding op de geloofsbelijdenis
Zingen van de geloofsbelijdenis
Dankgebed en Voorbeden
Collecte
NLB Lied 968: 1, 4 en 5 (De ware kerk des Heren)
1 De ware kerk des Heren,
in Hem alleen gegrond,
geschapen Hem ter ere,
de bruid van zijn verbond,
dankt aan zijn dood het leven.
Hij is haar Bruidegom.
Want God, zo staat geschreven,
zag naar zijn dienstmaagd om.
4 In 't woeden aller tijden
is nooit het lied verstomd,
Gods hoede zal ons leiden,
de volle vrede komt!
Geloven wordt aanschouwen,
als uit de hemel daalt
de bruid, de hoge vrouwe,
de kerk die zegepraalt.
5 Met God zijn wij verbonden,
met Vader, Zoon en Geest,
met alwie overwonnen,
alwie zijn trouw geweest.
Bewijs ons uw genade,
dan zingen wij bevrijd
de glorie van uw daden,
in tijd en eeuwigheid.
Zegen en wegzending
